Leren van 70 jaar integriteitskwesties

Corruptie, integriteit (of een gebrek hieraan) en publieke waarden zijn altijd alomaanwezig in de publieke organisatie en de politiek. Maar wat gebeurt er feitelijk, hoe kon iets gebeuren, waarom werd bepaald gedrag (on)gepast gevonden, welke sanctie stond erop en wat is er gedaan om vergelijkbaar gedrag in de toekomst te voorkomen? The Centre for Public Values & Ethics (CPVE) legt zich in een meerjarig onderzoek toe op corruptie en integriteit in Nederland sinds 1945. 

In samenwerking met de Ien Dales Leerstoel en de Albeda Leerstoel van het CAOP presenteerden onderzoekers een eerste proeve van de lessen die zij trekken uit 70 jaar integriteitskwesties. Werkenden in de publieke sector, waaronder HRM-adviseurs, integriteitsfunctionarissen en werkgevers, kregen hier de gelegenheid mee te denken over enkele casussen: was er volgens hen sprake van integriteitsschendingen? En als je wat gebeurde vergelijkt met het heden, zijn de eisen en normen dan strenger of rekkelijker geworden?

JPG integriteit.jpg

 

 

 

 

 

 

 

Dr. Patrick Overeem (VU) en dr. Toon Kerkhoff (UL) hanteren voor hun onderzoek de definitie van Huberts die zegt: ‘Integriteit is handelen overeenkomstig geldende waarden, normen en spelregels’. Als de geschiedenis van integriteitsschendingen in Nederland één ding leert, aldus beide onderzoekers, dan is het wel dat integriteit voortdurend in beweging blijft. Daarom heeft de aanpak van integriteit iets van schieten op een bewegend doel. Terwijl je graag concrete handvatten zou willen hebben om nú in integriteitskwesties te voorzien; en die te voorkomen en aan te pakken.

Van hard naar zacht
In het onderzoek van het Centre for Public Values & Ethics worden integriteitsschendingen ingedeeld van hard naar zacht. Over harde schendingen – zoals omkoping, nepotisme (baantjes geven), fraude en diefstal – is iedereen het wel eens. Maar als je het rijtje verder afdaalt kom je steeds meer in grijs gebied terecht. Dubieuze giften, misbruik van informatie en lekken zijn grijze schendingen. Grijs voor de wetgeving, voor de rechterlijke macht, maar ook voor de samenleving als geheel.

Het onderzoek laat ook zien dat er behoorlijke verschillen zijn in oordelen per tijd en plaats. Sommige ‘dingen’ konden vroeger niet en nu wel (voorbeeld: seksuele geaardheid) of vroeger wel en nu niet meer (iemand een baantje geven). Overeem en Kerkhoff en hun studenten hebben zeker veertig ‘in opspraak’-gevallen beschreven. Die betreffen voor het merendeel bestuurlijk handelen.

Behalve de indeling ‘van hard naar zacht’ wordt elke schending ook in een soort matrix gelegd aan de hand van vragen als:

  • is er een passende norm of niet
  • is de casus enkelvoudig of meervoudig (voorbeeld van het laatste: bouwfraude)

Praktische handvatten
De onderzoekers houden zich verre van een moreel of juridisch oordeel. “Wij zijn geen rechter”, zeggen ze zelf hierover. Wat ze willen weten is hoe er wordt aangekeken tegen de mensen en gebeurtenissen die in hun database voorkomen. Toch bieden hun conclusies wel praktische handvatten. Die zijn nuttig omdat, in welke publieke organisatie dan ook, iedereen ermee te maken kan krijgen.

Waar ze van uitgingen vonden ze ook terug, namelijk dat integriteit een contextueel fenomeen is en dat (integriteits)oordelen door de tijd veranderen. Juridisch strafbare feiten kennen als enige wel een hoge continuïteit in de veroordeling.

Vragen bij integriteitsschendingen
Organisaties krijgen bij integriteitsschendingen dikwijls te maken met de volgende vragen:

  • is het een incident of is het een patroon.
  • is er een norm voor of (nog) niet?

Als het een incident is en er is een duidelijke norm voor, is duidelijk wat je als organisatie moet doen. Als zich een patroon voordoet en er is een duidelijke norm voor, zal moeten worden nagedacht over een beleid dat hopelijk helpt om dat patroon te doorbreken. Dat beleid kan zich richten op de structuur en/of de financiële stromen in de organisatie, de mate van transparantie en de noodzaak van dialoog.

Als de kwestie enkelvoudig is en er is nog geen norm, kun je een nieuwe norm stellen of besluiten om het over te laten aan het debat (voorbeeld: je kunt als organisatie moeilijk een verbod instellen op buitenechtelijke relaties; of je legt ergens als organisatie juist wel een taboe op).

Zijn de schendingen meervoudig en er is nog geen norm, dan is het zaak eerst ruimte te laten voor het publieke debat: “Laat maar even uitwoeden en kijken wat de maatschappelijke consensus is.” Het is dan wel belangrijk bepaalde randvoorwaarden te stellen om te zorgen dat de zaak niet uit de hand loopt.

Vier lessen
Op basis van hun onderzoek geven de wetenschappers vier lessen mee:

1) Het is heel belangrijk voor politici, bestuurders en ambtenaren zich bewust te zijn van het maatschappelijk klimaat. Betrokkenen zijn nogal eens disconnected: ze hebben niet goed in de gaten dat de maatschappij vindt dat iets niet (meer) kan.

2) Als zich een integriteitszaak voordoet, reageer dan voorzichtig en met onderscheidingsvermogen. Bij het bestrijden van integriteitsschendingen schenden oppositiepartijen, managers uit de organisatie en journalisten ook vaak integriteit.

3) Pas op met het stellen van steeds weer nieuwe normen en reken erop dat elke nieuwe norm ook tot nieuwe schendingen leidt. Een norm als zodanig bant geen integriteitsschendingen uit en moet ook gehandhaafd worden.

4) Het stellen van normen vindt nogal topdown plaats: de minister of de directie bepaalt wat er voortaan gebeurt. Terwijl er juist bij onderwerpen in de grijze zone ruimte zou moeten zijn voor democratische discussie met medewerkers en publiek. Dat leidt tot beter beleid en ook beter bewustzijn en begrip voor de ingewikkeldheid van wat er fout kan gaan.

Cases
Vervolgens werden op het seminar in vertrouwelijke sfeer vier cases besproken die ruim in het nieuws zijn geweest: een burgemeester die informatie lekte; een kwestie van belangenverstrengeling door een fractievoorzitter in de Tweede Kamer; een burgemeester die verstrikt raakt in financiële belangen; en een wethouder met wangedrag in privétijd.

Aanwezigen mochten aangeven of hier naar hun mening sprake was van integriteitsschendingen of niet. En of met het verstrijken van de tijd eisen en normen die gesteld worden aan integriteit strenger of rekkelijker zijn geworden. Het leidde tot een heel enerverende discussie. Die gaf ook aan hoezeer het onderwerp leeft en losmaakt.

Afronding
De onderzoekers namen hiervan voor de afronding van hun boek, dat over enkele maanden uitkomt, het volgende mee:

  • om nog iets beter te kijken naar discussies met de schijn van belangenverstrengeling, zeker wanneer politieke tegenstanders zich roeren
  • de spanning die er zit tussen angst voor de schijn van belangenverstrengeling versus leiderschap dat nodig is
  • dat je integer omgaan met integriteit niet gebruikt als politiek instrument
  • de betekenis van het feit dat het op verschillende niveaus speelt: lokaal, regionaal, nationaal
  • de vraag waar de verantwoordelijkheid voor integriteit ligt: die moet individueel gevoeld worden
  • het recht om vergeten te worden

Ambtelijke integriteit
Opvallend was dat deze middag alleen over bestuurlijke integriteit werd gesproken. In het onderzoek komt echter ook ambtelijke integriteit aan de orde – en dan vooral meervoudige schendingen. Enkelvoudige zijn in dit verband minder interessant. Wanneer iemand iets fout heeft gedaan, wordt dat aangepakt, is de gedachte hierbij.

Tekst: Klaas Salverda

 

Weetje: publiek-privaat of privaat-publiek?

Zaken waar harde normen voor zijn, zoals fraude, omkoping of diefstal, gaan steeds over iets waarin iets publieks privaat wordt gemaakt (voorbeeld: je steekt publiek geld in eigen zak).
Bij de ‘zachtere’ gevallen gaat het meestal om iets wat privaat is, publiek wordt gemaakt (voorbeeld: seksueel gedrag dat privé is maar publiek wordt). 

Geplaatst op donderdag 30 november 2017 in het dossier Integriteit

Deel dit artikel

Ga naar...