Agenda

Over VSO Werkgevers

Het VSO vertegenwoordigt de gezamenlijke belangen van de werkgevers in het publieke domein. Bij elkaar opgeteld hebben overheids- en onderwijswerkgevers bijna één miljoen werknemers in dienst. Lees verder.

Participanten

VSNU

VSNU

Interprovinciaal Overleg

Interprovinciaal Overleg

Unie van Waterschappen

Unie van Waterschappen

NFU

NFU

WVOI

WVOI

VNG

VNG

PO-Raad

PO-Raad

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

MBO raad

MBO raad

Vereniging Hogescholen

Vereniging Hogescholen

Ministerie van Justitie en Veiligheid

Ministerie van Justitie en Veiligheid

Ministerie van Defensie

Ministerie van Defensie

VO Raad

VO Raad

Uitgelicht

Zelfstandige Publieke Werkgevers

In 2008 namen de ‘niet-kabinetssectoren’ het besluit zich te verenigen als Zelfstandige Publieke Werkgevers. Deze groep werkgevers heeft immers een iets andere relatie met het kabinet. Lees verder »

Doelstellingen Participatiewet nauwelijks behaald

De invoering van de Participatiewet heeft nauwelijks geleid tot verhoging van de baankansen, zoals beoogd met de wet.

Voor de grootste groep, de klassieke bijstandsgerechtigden, is er amper een verschil. Voor mensen die het recht op toegang tot de sociale werkvoorziening verloren, daalde de kans op werk. Voor jonggehandicapten met arbeidsvermogen stegen de baankansen. Hun inkomenspositie verslechterde echter en het gaat vaker om tijdelijk werk. Dit blijkt uit de eindevaluatie van de Participatiewet door het SCP. 

De Participatiewet trad op 1 januari 2015 in werking met als doel een inclusieve arbeidsmarkt te creëren. De invoering van de wet zou het voor werkgevers overzichtelijker en makkelijker moeten maken om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen. De Participatiewet verving de Wet werk en bijstand (Wwb), de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en een groot deel van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong). Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet.

Oorzaken
De evaluatie brengt verschillende oorzaken in beeld voor deze resultaten:

  • Nieuwe, onbekende rol voor gemeenten
    Met de invoering van de Participatiewet werden taken overgeheveld van het Rijk naar de gemeenten. De tegenvallende resultaten zijn onder andere te wijten aan opstartproblemen bij de gemeenten. Gemeenten moesten wennen aan hun nieuwe taak en een nieuwe doelgroep.
  • Verkeerde aannames
    De problemen zijn deels ook structureel van aard. Aannames in de wet blijken niet te kloppen met de praktijk. Zo is niet iedereen in staat om te werken en heeft de overgang van verschillende wetten naar één Participatiewet niet geleid tot minder complexiteit. Verder is een deel van de doelgroep niet in beeld.
  • Financiering
    Een ander probleem is de wijze van financiering binnen de wet. Gemeenten ontvangen van het Rijk middelen om mensen die onder de Participatiewet vallen naar werk te begeleiden. Die middelen zijn vrij te besteden. Als gemeenten op uitkeringen besparen, mogen ze het restant houden en ook vrij besteden. Dit prikkelt gemeenten om hun inspanningen bewust te richten op de meest kansrijke groep binnen de totale doelgroep.

Effect van inzet instrumenten door gemeenten is beperkt
Gemeenten en werkgevers kunnen verschillende instrumenten inzetten om mensen naar werk te begeleiden, bijvoorbeeld proefplaatsing, jobcoach, loonkostensubsidie of no-riskpolis. Maar een meerderheid van de werkgevers is niet op de hoogte van het bestaan van deze instrumenten. De instrumenten zijn volgens werkgevers een voorwaarde om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen, maar zijn op zichzelf niet voldoende om plaatsingen te realiseren. Voor een succesvolle match is persoonlijke en continue inzet van alle betrokkenen in de volle breedte van het proces cruciaal.

Groep werkgevers met mensen uit doelgroep in dienst groeit niet
61% van de werkgevers geeft aan bereid te zijn iemand uit de doelgroep te plaatsen, 59% verricht ook inspanningen daartoe, maar niet meer dan 19% komt tot een plan. Een derde van alle werkgevers heeft daadwerkelijk mensen uit de doelgroep in dienst en deze groep is sinds de invoering van de Participatiewet niet gegroeid.

Plannen van werkgevers voor een plaatsing lopen in de praktijk vaak stuk. Enerzijds wegens gebrek aan geschikte vacatures en anderzijds is het maken van de juiste match een zeer intensief, continu proces, waarbij veel werkgevers onderweg afhaken. Wanneer het wel lukt om mensen te plaatsen, betreft dit vooral mensen met lichamelijke beperkingen en met een relatief kleine afstand tot de arbeidsmarkt. 

Niet iedereen in staat om te werken
Het uitgangspunt van de Participatiewet was de gedachte dat mensen die een uitkering ontvangen betaald werk kunnen en willen verrichten, mits dat onder de juiste omstandigheden gebeurt. Volgens gemeenten is een groot deel van de doelgroep echter niet binnen afzienbare tijd in staat om te werken.

Ruim 60% van de brede doelgroep van de Participatiewet geeft zelf ook aan niet in staat te zijn om te werken. De helft van hen verwacht dat in de toekomst wel te kunnen. De andere helft denkt nooit meer te kunnen werken, vooral vanwege gezondheidsklachten. De mogelijkheid om aan het werk te gaan, is daarmee niet toegenomen sinds de invoering van de Participatiewet.

Klassieke bijstandsgerechtigden
De klassieke bijstandsgerechtigden zien de baankansen nauwelijks verhoogd sinds de invoering van de Participatiewet. Hun baankansen waren laag vóór invoering van de Participatiewet (7%) en zijn dat sindsdien ook gebleven (8%). De kans om uit te stromen uit een bijstandsuitkering is eveneens maar iets gestegen: van 15% naar bijna 16%. Ook voor deze doelgroep geldt o.a: minder banen voor ten minste een jaar, minder vaste contracten, meer kleine banen tot 20 uur per week.

Naar de publicatie Eindevaluatie van de Participatiewet
Naar de samenvatting

Bron: SCP, 19 november 2019

Geplaatst op dinsdag 19 november 2019

Deel dit artikel

Ga naar...