Stand van zaken in cao-land

Welke cao’s zijn er in 2017 en 2018 afgesloten in de publieke sector en hoe zag het onderhandelingsproces eruit? Heeft het lang geduurd? Waar en waarom knetterde het – of juist in het geheel niet? Wat voor afspraken zijn gemaakt en waar zit vernieuwing? Wordt er geanticipeerd op de komende normalisering van de rechtspositie van ambtenaren?

Wilco Brinkman van het CAOP presenteerde tijdens een openbaar debat een actuele stand van zaken van cao’s in de publieke sector. Een bijeenkomst van de Albeda Leerstoel waarmee vanaf heden vermoedelijk een jaarlijkse traditie wordt gevestigd. Eén die meer doet dan een rondje langs de velden. Brinkman presenteerde een overzicht van dertien cao’s die recent zijn afgesloten en keek daarbij in de eerste plaats naar de loonontwikkeling en de looptijd. Alleen bij Defensie is nog geen akkoord gesloten.

Wat blijkt?

  • De cao’s die het laatst zijn afgesloten kennen relatief de hoogste loonstijging. Het betreft drie onderwijssectoren HBO, VO en MBO.
  • De gemiddelde looptijd van alle cao’s is 26 maanden. Waterschappen, Politie en UMC’s kennen zelfs een looptijd van drie jaar.

Meer inhoudelijke thema’s zijn:

Duurzame inzetbaarheid met relatief veel afspraken over:

  • het terugdringen van werkdruk (met name Politie en Onderwijs)
  • de generatieregeling die in vier cao’s (waaronder Gemeenten en Universiteiten) is terechtgekomen.

Opleiding & Ontwikkeling, waarover vooral intentieafspraken worden gemaakt.

Flexibiliteit en tijdelijke dienstverbanden, die tegenwoordig in alle cao’s zitten.

Individuele zeggenschap waartoe behoren:

  • afspraken over de introductie danwel verruiming van keuzebudgetten (zoals inkopen van vrije tijd)
  • afspraken over zelf- en teamroosteren bij de Politie en in het Primair Onderwijs
  • het afschaffen van het persoonlijk budget bij de UMC’s en de omvang van het IKB van 20 % van het salaris bij Waterschappen

Normalisering: Rijk, Provincies, Waterschappen en UMC’s hebben al rekening gehouden met de definitieve invoering van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in 2020. Daarnaast zijn of worden ook ‘procesafspraken’ gemaakt over de partijen die bij het overleg zijn betrokken en over het omzetten van publiekrechtelijke regelgeving in cao’s (en procedures in geval van geschillen)

Tot slot het proces
Ging het van een leien dakje of met veel geknetter? In omgekeerde richting bestaat behoorlijke overeenstemming over het volgende:

  • bij Politie en Primair Onderwijs knetterde het nogal. Voor Defensie geldt dat nog steeds.
  • bij Waterschappen, Rijk en Voortgezet Onderwijs en Wetenschappelijk Onderwijs kostte het ook de nodige moeite, maar knetterde het niet echt.
  • MBO en HBO zitten er (ook) tussenin, maar eigenlijk liep het hier redelijk.
  • bij Gemeenten, Provincies, UMC’s en Onderzoeksinstellingen verliepen de onderhandelingsrondes vrij soepel.

De voornaamste redenen waarom het bij sommigen knettert waren/zijn de loonontwikkeling en de werkdruk. Inzetbrieven voor het geheel werken lang niet overal. Ervaring is wel dat als je elkaar kunt vinden in co-creatie, dan is salaris het sluitstuk van de onderhandelingen.

Slotreflectie
Het hele cao-land overziende signaleerde professor Barend Barentsen (Albeda Leerstoel) in een slotreflectie:

  • dat actievoeren maar betrekkelijke waarde heeft
  • dat geldt trouwens ook voor de ‘toezegging’ van kabinetsleden dat er zoveel miljoen naar arbeidsvoorwaarden gaat: ‘Daar gaat u helemaal niet over, minister…'
  • dat afspraken over het aanpakken van werkdruk beduidend minder meetbaar zijn dan euro’s erbij
  • voor afspraken over het minder inhuren van flexkrachten geldt hetzelfde. Een nuttiger discussie zou zijn hoe je de vaste kern flexibel houdt: ontwikkelingsgesprekken zijn in praktijk nog vaak functioneringsgesprekken
  • de krapte op de arbeidsmarkt kan economisch een handje meehelpen om personeel duurzaam inzetbaar te maken
  • met de normalisering van 2020 in zicht komt het fenomeen lok-cao met goudgerande arbeidsvoorwaarden nog niet van de grond.

Het grote geld
Uiteindelijk moest ook professor Barentsen concluderen dat collectieve arbeidsvoorwaarden wel betaald moeten worden en dat er in onderhandelingen altijd een belangentegenstelling is: ‘Dat is nu zo, dat is volgend jaar zo en dat is na het veranderen van de rechtspositie van ambtenaren nog steeds zo.’ Als je echt voor het grote geld wilt gaan, moet je buiten de publieke sector zijn, aldus Barentsen. Al is het wel zo dat er binnen de publieke sector ook andere soorten beloningen een rol spelen.

Tekst: Klaas Salverda

Geplaatst op vrijdag 23 november 2018 in het dossier Arbeidsvoorwaardenvorming

Deel dit artikel

Ga naar...