Aanpassingswet normalisering rechtspositie ambtenaren

Minister Ollongren (BZK) heeft de Aanpassingswet voor de normalisering van de rechtspositie van ambtenaren bij de Tweede Kamer ingediend.

Dit uitgebreide wetsvoorstel strekt tot aanpassing van wetgeving in formele zin, die noodzakelijk is voor invoering en uitvoering van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra). Die initiatiefwet, die het parlement al heeft behandeld en aangenomen, heeft ten doel de rechtspositie van ambtenaren zoveel mogelijk gelijk te stellen aan die van werknemers in de private sector, die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst. Gekozen is voor één rijksbrede verzamelwet.

De wetswijzigingen vallen op hoofdlijnen uiteen in drie categorieën:

  • Ten eerste dient wetgeving te worden aangepast aan de veranderde inhoud van het begrip ‘ambtenaar’;
  • Ten tweede moet wetgeving worden aangepast aan de overgang van een publiekrechtelijk geregelde rechtspositie naar een privaatrechtelijke rechtspositie;
  • Ten derde regelt het voorstel, voor zover nodig, de instandhouding van de rechtspositie van de uitgezonderde groepen die hun publiekrechtelijke rechtspositie houden.

Dit laatste geldt voor onder meer personeel van politie en defensie (zowel burgerlijk als militair), rechterlijke ambtenaren en politieke ambtsdragers. Deze ambtenaren houden hun huidige aanstelling.

Daar tegenover zijn er ook groepen die alsnog ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet 2017 worden, waaronder degenen die:

  • Werkzaam zijn bij een organisatie die niet tot de openbare dienst behoort, maar wel overheidswerkgever wordt (bijvoorbeeld De Nederlandsche Bank N.V.);
  • Werkzaam zijn bij een organisatie die wel tot de openbare dienst behoort, maar op basis van een arbeidsovereenkomst (bijvoorbeeld medewerkers van het UWV, maar ook medewerkers die op basis van een arbeidsovereenkomst bij bijvoorbeeld een gemeente of provincie werken).

Wie overheidswerkgever?
Artikel 2 van de Ambtenarenwet 2017 regelt wie overheidswerkgever zijn in de zin van die wet. Dat zijn in de eerste plaats openbare lichamen (behalve de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba die geen overheidswerkgever zijn, omdat de Ambtenarenwet 2017 alleen geldt voor het Europese deel van Nederland) en alle andere krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersonen.

Daarnaast zijn ook privaatrechtelijke rechtspersonen, waarvan een orgaan is bekleed met openbaar gezag, overheidswerkgever indien het uitoefenen van dat openbaar gezag de kernactiviteit van de rechtspersoon is. Het orgaan van deze rechtspersoon moet op eigen naam en verantwoordelijkheid openbaar gezag uitoefenen.

Privaatrechtelijke rechtspersonen die in mandaat een aantal taken uitvoeren namens bestuursorganen, zijn niet bekleed met openbaar gezag en worden daarmee geen overheidswerkgever. Zij oefenen die bevoegdheid immers uit op naam van het bestuursorgaan, dat de bevoegdheid gemandateerd heeft. Dat bestuursorgaan blijft verantwoordelijk voor de in mandaat uit zijn naam uitgeoefende bevoegdheden.

Criteria en stappenschema
Omwille van de duidelijkheid en om te garanderen dat de ambtenarenstatus niet periodiek fluctueert, zijn in het wetsvoorstel de criteria benoemd waaraan privaatrechtelijke organisaties worden getoetst om te bepalen of ze overheidswerkgever zijn of niet.

Dat is uitgewerkt in het in onderstaand stappenschema. Een voorbeeld van organisaties die op grond van deze criteria geen overheidswerkgever zijn, zijn de Wlz (Wet langdurige zorg)- uitvoerders. Zij hebben de openbaar gezagstaak juist vanwege hun andere taken en ontlenen daaraan dus niet hun bestaansrecht.

De planning is erop gericht dat de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) op 1 januari 2020 in werking zal treden.

  • Naar de complete tekst van de Aanpassingswet:
    Download hier het wetsvoorstel en bijbehorende stukken van 6 november. 

Geplaatst op woensdag 21 november 2018 in het dossier Normalisering rechtspositie

Deel dit artikel

Ga naar...